spinragbol
  • Comments:0

Spinragbol

Voordat ik in de kern van mijn Zelf ben aangekomen…

Ineens, vanuit een enorme onrust maar altijd plotsklaps totdat de rust ineens in mij daalt om de woorden die binnen in mij  opborrelen te kunnen opschrijven. Er is geen bepaling namelijk in mij dat ik móet schrijven. Het borrelt ergens op een moment als vanzelf in mij op en dan moet ik schrijven. Ik kan er niet omheen omdat er een enorme drive in mij opkomt het te moeten doen.

Meestal begint het met een beeld in mij dat zich herhaaldelijk aan mij opdringt. Eerst heel minimaal voorzichtig tot steeds meer opdringerig tot diep in de nacht. Soms begint het met dromen en herinner ik mij deze pas dagen later of maanden later. Dan weer flitsen ze door mijn hoofd vlak voor het willen slapengaan en houden zij mij strijdlustig uit mijn slaap. Ongedurig word ik ervan. Maar het krachtveld van het aangekondigd draadje dat zich in mij opwerpt slaat mij hardhandig neer. Ik ben niet bij machte me te blijven onttrekken aan de slaap en zal mij moeten overleveren aan tekst en verhaal zo die in mij opkomt en gegeven wordt.

Hetzelfde geldt op momenten in sessies die ik geef en waar ik de mens tegenover mij voel.

Ik voel zijn (hierna is ‘zijn’ ook als ‘haar’ bedoeld) bewegingen, zijn tekst en intonatie in mijn innerlijk ritme bewegen en dan voel ik waar het tegenwerkt of afremt wanneer ik mij concentreer op een vloeiende beweging van trillingen van onze verbinding.

Enthousiast als ik hiervan word wil ik dit meteen meegeven aan de cliënt tegenover mij. Het gaat gepaard met ruimte maar ook met confrontatie, met rust maar ook met snelheid, in oefeningen van het voelend vermogen dat we allen als mens in ons hebben.

Humor als draagvlak voor de bewustwording is essentieel bij ons. Niet als toegift maar als vanzelfsprekend onderdeel omdat bewust worden van jezelf, van je drives, je blokkades en je emoties, gewoon ook verrassend kan zijn en daardoor lachwekkend. Ik (her-)ken mij innerlijk vanuit eigen verbindingsmogelijkheden die ik gaandeweg de jaren heb opgedaan en ervaren, zo sta ik er openhartig en kwetsbaar in als ‘voorbeeld’ voor het menselijk gehannes in het leven.

Op die manier verklein ik de mogelijke kloof die er kan zijn tussen de term ‘hulpverlener en cliënt’, de kloof van gradatie die ik bij voorbaat al wil wegnemen omdat er eenvoudigweg geen afstand hoeft te zijn in ‘belangrijkheid’ van de één tot de ander.

Verbinden met elkaar is elkaar samen aangaan dus ‘op gelijke voet’. De cliënt brengt in maar ook de therapeut in dezen.

De spiegel wordt afwisselend van ieder aan ieder voorgehouden omdat we gedragingen, emoties, en gedachten herkennen en weten als mens van elkaar.

Al door deze afstemming is er een begin van ontwikkeling bij cliënt, bij aanvang, en vanzelfsprekend ook bij ons. De mens is in die zin altijd en voortdurend in ontwikkeling omdat we altijd en voortdurend in verbondenheid zijn met alle materie om ons heen.

 

Deze ochtend ben ik in eerste aanvang van mijn wakkere toestand in verbinding met de natuur. De mens is nog in rust. Mijn slaaprust is mij na vijf dagen en nachten ook deze nacht nog ontnomen. Ik heb afwisselend korte wakkere momenten weer mogen ervaren, tot alle ergernis van mijzelf.

Slapen is slapen, zo vind ik, en als ik mijn ogen dichtdoe, moet de slaap er simpelweg op volgen. Zo hoort het te gaan. Er is niet voor niets een dag en een nacht ingesteld om de geest tot rust te laten komen in de nacht. Maar voor mij pakt het deze afgelopen dagen nog anders uit dan ik had gewild. Mijn slaap komt pas als ik gecreëerd heb nadat ik mij heb weten te concentreren op de beelden die in mij binnenkomen. Ze worden zo opgedrongen dat ik wel moet en me er niet aan kan onttrekken en dus ben ik regelmatig wakker en in die momenten voel ik voeding voor schrijfsels.

Nadat ik ‘de schrijfselbrij van De Kroonluchter gevormd heb ga ik op bed zitten met de laptop naast mijn nog slapende man. Die overigens van mij meteen wakker wordt omdat ik zo nodig meteen het woord moet nemen.

“Luister”, zo begin ik, “is dit nou niet gewoon heel vreemd?” “Muh?”, murmelt mijn man van onder zijn laken. “Ik heb net geschreven, moet je luisteren.. ik heb toch een draadje met Hierboven hoor, dat kan toch niet anders? Hoe kan ik dit nou zelf verzonnen hebben?,’ratel ik ongevraagd verder.

“Wat heb je geschreven?”, vraagt hij nu, zichzelf optrekkend aan zijn kussen om enigszins in zittoestand te kunnen komen.

“Het heet: Spinragbol.” Zonder verder in te gaan op zijn vragend gemompel begin ik het verhaal voor te lezen aan hem.

Ik probeer rustig te lezen maar gaandeweg de tekst merk ik bij mezelf dat ik hoe langer hoe meer verbaasd ben door de inhoud van dit verhaal. Als ik klaar ben zeg ik: “Dat dit uit mijn koker komt…dat is toch raar?

“Je hebt het zelf geschreven dus het zal wel,” antwoordt mijn man droogjes op.

“Dat bedoel ik niet. Ik heb het wel geschreven maar dit kan mijn tekst niet zijn.

Ik bedoel maar…Deze samenstelling van zinnen, de opbouw van het geheel…dat zou ik nooit kunnen bedenken!”

“Ik heb niet bedacht dit te moeten gaan schrijven. Het is een drive die ik ín mij voel en dan rollen woorden en zinnen er gewoon uit en als ik later dan alles terug lees, begrijp ik niet dat IK dat heb kunnen schrijven.”

“Ik heb altijd geweten en in mij gevoeld dat ik een ‘draadje’ heb naar Hierboven. Gek genoeg gaat het ook nog over allerlei ‘draadjes’, is dat niet raar dan? Ik zeg dat altijd, heel mijn leven lang al….’ik heb een draadje naar Hierboven’,  al vanaf kinds af aan!

“Sja,” zegt mijn man nu, “daar zeg je wat. Dat is wel zo ja.”

“Snap jij nou waar dit verhaal over gaat? Begrijp jij de essentie ervan?”, vraag ik. Dat blijkt zo. “Ik snap wel waar het om draait maar ik vind het allemaal wel heel complex die inhoud,” zegt hij voorzichtig, mijn gezicht aftastend op een reactie.

“Ik ook,” zeg ik rustig, “complex, maar ik kan het exact volgen wat ermee bedoeld wordt.

“Ja, we zijn allemaal onderdeel van het grote geheel,” zegt mijn man, maar dat weet ik al zo lang.

“Dat is maar een heel abstract en makkelijk zinnetje dat we allemaal kennen,” zeg ik, “maar nu moet je dieper gaan, nu moet je een slag dieper gaan erin.”

Opnieuw lees ik verschillende zinnen voor en ik overdenk hardop de verdiepingsslag erachter.

“Het is op dezelfde manier als toen ik ooit de overleden moeder ‘zag’ van een ex-vriend van me, weet je nog?” “Ik zag alles maar niet zoals ik nu jou zie. Maar ik wist alles in één moment van haar en aan haar. Hoe ze eruit zag, haar emotie voelde in dat moment, haar stem klonk, haar kleding die ze droeg op haar sterfdag en de anjer op haar jurk was gespeld door haar kinderen. Ik kon het toen niet in aardse woorden zeggen en uitleggen hoe ‘allesomvattend’ ik dit ‘alles’ innerlijk in dat ene moment binnenkreeg. Maar het is hetzelfde zo ik ook ‘binnen in mij krijg te horen’ hoe ik de zinnen op dien te schrijven en het verhaal tot stand moet laten komen.

Op die momenten ben ik in verbinding met ‘de kroonluchter’ waar ik vandaan kom, waar vandaan ik geboren ben, en jij en ieder mens. En die laat me dan in en via een andere dimensie mijn woorden ‘zien’ en de zinnen opbouwen.”

“Ik voel dan een emotionele lading in mij die mij ontroert en waarvan het mij laat voelen dat ik in deze de waarheid spreek. Niet ‘mijn waarheid’ maar de ‘waarheid van het ál, “zo zeg ik terwijl ik de tranen in mijn ogen voel opwellen.

Ik ben ontroerd en verbaasd erover en perplex kijk ik mijn man aan. Ook hij kijkt me nu enigszins verwonderd aan.

“Wie ben ik nou ?”, mompel ik, “een nietszeggend simpel mens. Ik heb over van alles gestudeerd, allerlei papiertjes waren nodig…. Maar waar ik het meest zeker van ben al mijn hele leven….is mijn innerlijke belevingskennis’, als het al kennis is. Want zelfs daarover twijfel ik nog, het is niet mijn kennis!”

Ik voel me nu even net zo eenzaam als dat ik als kind kon zijn. Toen merkte ik vaak op dat de wereld aan mij voorbij trok en men mij wel zag staan maar niet echt…niet heel direct, alsof er een waas tussen hen en mij was. Ik voelde dat ik een andere verbondenheid had maar kon de woorden niet vinden om dit helder te maken.

Daarnaast had ik eigenlijk ook niet het inzicht om er überhaupt woorden aan te moeten geven. Toen ook al besefte ik dat er een soort van netwerkje was dat mij afschermde van ‘de andere kant’ waarmee ik verbonden was. In tegenstelling tot mijn broer en zus, mijn vader en moeder en familieleden, vrienden en klasgenoten had ik ook wel mijn contacten en interacties, mijn verbondenheid in Liefde en Genegenheid maar ik herkende mij zeker en vooral In mijzelf, in mijn innerlijke wereld van ‘antwoorden’ op de door hen niet eens gestelde vragen. Ik verbaasde me als kind al hoe om mij heen mensen zich in het leven stortten zonder enige bewustwording van gevoelens van zichzelf of ten opzichte van elkaar. Ik kon me ontzettend storen aan zogenaamde lollige interacties die voor mij toen al helderheid gaven hoe er lol werd beleefd ten koste van iemand anders welzijn.

Hoe ruzies ontstonden en oordelen werden gegeven en hoe ik vaak buiten de groep viel van een vriendenclubje waartoe ik behoorde. Mijn onverzettelijkheid ten aanzien van onrecht en mijn overduidelijk verzet tegen dergelijk hypocriet gedrag gaf mij de minst onhandigste oplossingen voor handen om ermee om te gaan. Ik trok me terug….zodat er over me geroddeld en beslist kon worden en ik daarna uit pure onmacht me aan de voeten van mijn ‘vrienden’ wierp, als noodzakelijke hulproep mij weder op te nemen in de cyclus van verbinding.

Jaren achtereen hoorde ik altijd bij allerlei vriendengroepjes. Op de lagere school, op het voortgezet onderwijs, in het beroepsonderwijs, op stageplaatsen, in teams en werkverbanden.

In elke structuur hoorde ik er helemaal bij en in elk van deze structuren ben ik op een moment eveneens gigantisch afgebrand en aan de kant gezet. De rode draad van het ‘afgezet worden’ bestond altijd als een ‘tik op mijn neus’ als ik weer eens te scherp en te verhelderend verwoordde waar het niet eerlijk aan toe ging, naar mijn innerlijke gevoel. Ik ging tot het gaatje in mijn overredingstactieken en was er absoluut op uit de ander juist met alle plezier, in de meest eerlijke en ontwapende strekking van deze betekenis, te willen verhelderen waar het toch écht anders en eerlijker zou kunnen gaan zodat ieder uit zo’n ‘verbindingskliekje’ er evenveel pret aan zou hebben. Dan was het ‘met respect voor elkaar’.

Met altijd weer een zelfde verbazing met hoeveel kracht en zelfs agressie er dan op mij werd ingehakt, besloot ik wederom ‘eruit te stappen’ en me af te wenden van dat soort interacties waar ik zo ongelukkig van werd en me niet meer vloeiend in kon bevinden.

Intens verdrietig en zelfs met een hopeloos machteloosheidgevoel zocht ik nieuwe verbinding op een draadje ergens van onze aardse kroonluchter.

Mijn humor en zelfcynisme, mijn daadkracht en mijn levenslustigheid en mijn eindeloze nieuwsgierigheid in mijn Zelf en daarmee de nieuwsgierigheid in ieder ander mens (omdat die in weinig verschilt van mij) gaf me iedere keer weer de impuls tot ‘doorleven’, ‘door bewegen’, meebewegen in de ritmiek van het leven.

In verbondenheid willen zijn, ik kan niet losstaand  zijn omdat we samen pas echt kunnen ‘Zijn’.

 

Ik voel de lichtstralen van de kroonluchter van het universum mij nu verwarmen en ontroerd en dankbaar val ik dan in slaap.

 

Angelique, wiens naam ‘Engelachtig’ betekend.