kroonluchter
  • Comments:0

De Kroonluchter

Langs de Frans-Spaanse route die we op een dag maken, merk ik een ijzersterk groot frame op dat dienst doet als kunstobject en dat jou als voorbijrijdende automobilist niet aan het oog zal weten te  onttrekken, gezien de forsheid van het gebogen staal. Het is een – door stalen draden verbonden – ronde bal met een doorsnee van een – grofweg-  twee meter.

Enigszins verbaasd maakt mijn oogcontact met dit voorwerp een directe connectie met een door mij eerder ervaren intuïtief beeld dat met regelmaat de afgelopen maanden in mijn hoofd heeft afgespeeld. Het lijkt alsof het zich in dit ene voorbijtrekkende moment terug laat zien hier aan de snelweg, als kunstobject. Ik ben acuut gefascineerd door dit ene moment waarop mijn intuïtie nu gekoppeld lijkt aan een zichtbaar immens kunstobject, waar een ander zich dus al kennelijk in vormgeving aan heeft toegewijd.

In dit voorbijgaande moment blijf ik hangen in mijn gedachten en voel ik in mij een borrelend aanjagend gevoel van opwinding. Alsof er iemand ín mij licht tikkend tegen mijn binnenkant klopt, mij nu wijzend op het ‘erbij blijven’ van deze connectie. Dat doe ik, nog steeds in alle verbazing.

Man zit geconcentreerd aan het stuur en zoon achter mij zuigt het beeld van de voorbijglijdende Pyreneeën in zich op.

In mijn hoofd maakt het kunstobject een vertaalslag naar mijn intuïtieve beeld van maanden geleden. Eén van de vele beelden weliswaar die ineens in mij opkomen, waar ik op dat moment geen bal mee kan of van snap, en ik ergens in die grijze bovenmassa van mij maar parkeer bij de rest van al die binnenkomende flitsen.

De bal van spinrag. Een enorme driedimensionale geweven kluwen bol die is opgebouwd door miljarden onderling verbonden ragfijne draadjes, ieder op hun beurt , waar dan ook aan verbonden. Altijd, overal terug herleidend naar een ander deeltje, immer verbonden. Zo is de bol opgebouwd.

Als een enorme kroonluchter hangt hij in de donkere sterrenzaal, bewegingsloos lijkend maar dat is maar schijn. Ieder draadje van het geheel beweegt zich intens, zeer lichttrillend en vormen één dynamisch geheel van ritmisch samenzijn.

Op elk, maar dan ook elk minuscuul deeltje van elk geworven draadje, is aanwezige verbinding, interactie, beweging en samensmelting van trilling, licht, geluid en emotie.

Als ik de enorme kroonluchter op mijn netvlies inzoom, ben ik uren bezig om elk detail in me op te kunnen nemen van dit prachtige kunstwerk.

Ik neem waar dat alles verbonden is aan en met elkaar, ieder ding, iedere materie en elk levend wezen. Alles is uit te pluizen, zo zie ik, alles bestaat uit een bol wol, zo lijkt het, uit onderling samengepakte draadjes dat uiteindelijk voor het aardse blote oog, een vorm, een geheel voorstelt.

Het is tegelijkertijd een vervorming van het beeld. De intensiteit van het kunstwerk zo die is opgebouwd kan het aardse blote oog niet eens verwerken namelijk. Het is een ‘teveel’ aan emotionele lading die het tot ons zou brengen.

Maar ik mag kijken in die emotionele samengestelde prachtige verbindingsbol en tegelijkertijd ervaar ik een machtig intens, bijna kernkrachtig emotionele vervloeiing van mijn te kort komende mogelijkheid deze ervaring innerlijk te kunnen verwerken. Het is grotesk, met een verbluffende intelligentie waarin ik binnen een fractie van een seconde, mijn nietigheid ervaar en mijn complexiteit van samensmelting als zijnde een verbindingstakje, eveneens zeer nodig voor het geheel.

Zo Voel en Ben ik dus Alles tot Niets, Stofje tot Lijn, een trillend onderdeeltje, een stipje van het geheel maar in niets minder onbelangrijk dan elk ander afzonderlijk stipje, omdat ik niets ben zonder de verbinding van het ander. En als ik me los zou wíllen maken of als ik al zou dénken dat ik niet meer onderdeel uitmaak van het geheel, dan zou ik meetrillend – in de door mij afzettende tegenwerkende beweging- nóg onderdeel uit blijven maken van deze ‘kroonluchter’. Ik kan namelijk niet vallen, nooit, het net van opvang is immens intrinsiek.

Want ondanks de tere uitstraling van deze draden die zich onderling verbinden tot elkaar, constateer ik een gigantisch krachtveld om elk draadje. Nodig om te dragen, nodig om te laten creëren, te ontwikkelen, te ervaren, te vormgeven. De kracht vangt elke actie en reactie op en beweegt erin  mee, veerkrachtig en  motiverend tot groei en ontwikkeling.

Alles, werkelijk álles neem ik waar in mijn beeldflits van maanden geleden die zich herhaaldelijk in mijn hoofd af heeft gespeeld en waar ik nu , in de vroege Franse ochtendzon, op mijn schamele veranda terrasje, woorden aan mag gaan geven. Zelfs deze woorden voel ik dragend uit mij komen, sturend, ontwikkelend en vormgevend hoe dit over te zullen moeten brengen aan alle andere kleine minuscule onderdeeltjes die zich bevinden op deze geweven spinragbol die aarde heet.

Soms al schrijvend voel ik momenten dat ik geen aardse connectie voel maar een bovennatuurlijke versmelting die zich in mij vestigt om te kunnen verwoorden hoe mij wordt opgedragen.

Ik moet me laten sturen, laten leiden, omdat ik onderdeel ben van het geheel en niet zelf de leiding in dit Nu hoef te hebben. Laat je over aan ons, hoor ik, en de letters tikken woorden en de woorden maken deze zinnen. Ik geloof werkelijk dat ik nu, op dit moment achter de laptop, een universeel samenzijn bemerk in mij. Met daarnaast een diffuus gevoel van de geluiden om mij heen, wetende dat ik ben waar ik ben, op aarde.

Wat dan ook, laat mij zien en ervaren dat de draadjes alle materie onderling verbinden, elke vormgeving, elk levend wezen is opgebouwd uit onderlinge draadjes. Beweging, licht, gevoel, emoties, geluiden, alles en alles komt tot stand door de onderlinge trilling van afstemming en verbondenheid.

Met een schok in mijn innerlijke kern overzie ik waar het mis gaat. Waar de goot is waar gelegen wordt, de holen waar verscholen wordt, natuurschoon waar misbruikt wordt, open prachtige plaatsen waar geleden wordt. Ik mag in dit moment deel uitmaken van de tegenwerkende krachtveldjes die hoe dan ook verbonden lijken blijken te zijn aan alles wat ritmisch wél meebeweegt onderling en ten opzichte van elkaar. De tegenwerkende krachten liggen, hangen en leunen, kreunen, worstelen en steunen maar hoe dan ook, blijven gedragen door de kluwen, simpelweg omdat je er niet doorheen kúnt vallen.

In het lijden trek je jouw Zelf los uit het geheel, maar dat zeggen je gedachten… Zij daar boven lachen erom. Je kan niet loslaten van ‘jouw Zelf’.  Zo eenvoudig is het!, zeggen ze mij. Als je denkt dat je die krachten alleen bezitten kan, stel je jezelf op de troon van het heelal. Je bent al de troon omdat je dat alleen kunt zijn mét alles samen.

Zonder het ander ben je niets en niets is er niet, er is nooit niets geweest… Niets is namelijk het ál!

En dat is de kers op de taart, is de taart zelf. Wat je leren moet is dat je meebeweegt, los durft te laten in overgeven van versmelting zodat je vloeiend ontwikkelen kan op je levensdraadje.

Je maakt het jezelf zo moeilijk door tegen te werken. Er is geen bepaling van goed of fout, enkel als je die zelf aanwendt en naar leeft. Dat doe je alleen wanneer je tegenwerkt, zonder dat ben je zoveel mogelijk stuurloos bezig, puur ritmisch voelend dat je opgenomen wordt en Bent in het geheel van het krachtveld.

In het aardse zien onze ogen de beelden, de details van de verbondenheid; mensen, vormen, dieren, natuur, materiële dingen die we onderling hebben bedacht om ons leven te veraangenamen en daarmee hebben we kennelijk ook maar meteen de allereerste tegenwerking ingezet, nadat we de eerste schreeuw op aarde hebben laten horen toen we geboren werden.

Als elke vorm uit ragfijne draadjes bestaat en samenhangt met alle andere aanwezige vormen om ons heen, bestáán we al en hoeven we niets toe te voegen. Uit dat bestaan zijn we geboren en in dat bestaan gaan we terug naar het eeuwige leven. Stof zijt Gij en tot stof zult Gij wederkeren.

Dat wil niet zeggen dat we niets mogen toevoegen aan ons aardse bestaan, niet mogen creëren om ons innerlijk uit te bouwen maar te vaak bouwen we zoveel kluwen extra om ons heen dat we er op een dag zelf in verward raken en voor het gemak de ‘kroonluchter’ er maar de schuld van geven.

Die ‘kroonluchter’ heeft je alleen maar opvang geleverd toen je ‘neerstortte’ op het geheel,…de aarde. Geborgenheid gegeven zodat je niet in de duisternis zult opgaan en altijd wel een draadje onder je voelt…

Zodat je jouw identiteit, jouw Zelf zal herkennen in de oorsprong van je ontstaan, jouw bestaan.

Op de kluwen mag je ontdekken en ervaren, mag je lopen en Zijn, voelen van het ritme en kiezen voor je timbre. Je mag bewust zijn. Bewust Zijn.

En aan het eind van de rit, als de kroonluchter je optrekt en jou in de kern van zijn liefde samensmelt en tot rust laat komen van je levenspad, zoekt hij daarna met jou naar een nieuwe start, ergens op één van zijn prachtige zijdeglanzende draden. Misschien mag je ergens helpen om te dragen, om te steunen of te onderwijzen, anderzijds is de kans groot dat je simpelweg mag Zijn, omdat je altijd al zoveel ‘onderweg’ bent geweest en onopmerkzaam voorbij bent gegaan aan het levensritme.

Brengt me wederom tot de korte eindtekst: “Je Suis”.

 

Angelique, wiens naam ‘Engelachtig’ betekent :)